De laatste tijd lees, zie en hoor ik vooral één ding over AI. Angst. Angst voor banenverlies. Angst voor controle. Angst dat alles straks nep is. En eerlijk gezegd word ik daar een beetje dwars van. Niet omdat ik blind ben voor risico’s, maar omdat we dit toneelstuk al zo vaak hebben opgevoerd. Elke nieuwe technologie krijgt dezelfde behandeling. Eerst paniek, dan weerstand, dan een paar dure sessies “verandering”, en daarna doet iedereen alsof het nooit anders is geweest.
Natuurlijk verdwijnen er banen. Dat is altijd zo. Maar doen alsof AI alleen maar komt slopen is onzin. Nieuwe techniek breekt iets af, maar bouwt ook iets op. De kapitein van de trekschuit werd stoker op de trein. Werd verkeersleider. En wie weet is hij straks drone piloot. Niet omdat hij zo graag wilde veranderen, maar omdat de wereld doordenderde. De vraag is niet of je mee wil. De vraag is of je mee kan.
En daar zit precies de irritatie. Want veel mensen doen alsof AI een monster is dat banen komt opeten. Een digitale haai met een stropdas. Maar AI is geen monster. AI is gereedschap. En gereedschap is nooit het probleem. De vraag is wie het vasthoudt en wat je ermee doet. Een hamer kan een huis bouwen. Een hamer kan ook een ruit inslaan. Dat maakt de hamer niet gevaarlijk. Dat maakt de gebruiker verantwoordelijk.
In telecom en communicatie zie je dat eigenlijk al jaren gebeuren. De Telecom Manager bestaat niet meer. Vroeger had je een eigen rol, een eigen budget, een eigen wereldje. Telefonie, lijnen, contracten, providers, toestellen. Alles in nette vakjes. Die vakjes zijn weg. Telefonie en communicatiemiddelen vallen nu gewoon onder de CIO. Of onder IT. Of onder security. Soms zelfs onder facility, als niemand anders het wil. Niet omdat telecom minder belangrijk is geworden, maar omdat alles communicatie is geworden. Alles is data. Alles is cloud. Alles is security. Alles hangt aan elkaar met draadjes die niemand meer snapt, maar iedereen gebruikt.
En nu komt AI erbij. Dus ja, taken gaan verdwijnen. Sommige rollen worden kleiner. Sommige werkzaamheden worden automatischer. Maar er komen ook nieuwe functies bij. Nieuwe verantwoordelijkheden. Nieuwe specialismen. Mensen die processen snappen. Mensen die data kunnen beoordelen. Mensen die weten hoe je AI veilig inzet. Mensen die zorgen dat het niet alleen snel is, maar ook klopt. Dat zijn geen hippe woorden voor op LinkedIn. Dat is gewoon werk dat gedaan moet worden. En het gebeurt niet “straks”. Het gebeurt nu.
Ik zag dat ook heel dichtbij, bij mijn zoon. Voor zijn studie moest een verslag maken. Goede opbouw, heldere structuur, checken of het logisch was. En wat deed hij. Hij gebruikte ChatGPT. Niet om een kant en klaar verslag te laten uitspugen, maar om te sparren, te helpen met de indeling en om fouten eruit te halen. Slim dus. Efficiënt. Praktisch. Precies wat je wil van iemand die straks gaat werken.
Maar zijn docent was fel tegen. Want, zei hij, “straks moet je bij een bedrijf werken. Dan kan je dit ook niet gebruiken.” Mijn zoon keek hem aan en zei doodrustig: “Hebben ze daar dan geen ChatGPT?” Ik moest lachen. Niet omdat hij brutaal was, maar omdat hij gelijk had. De wereld buiten school is allang verder. Bedrijven gebruiken AI. Teams gebruiken AI. Afdelingen gebruiken AI. Alleen praten we er nog over alsof het valsspelen is.
Deze Column is eerder verschenen in april 2026 in TBM Magazine

















